
Rabina Cozijnsen heeft onderzocht hoe de invloed van pensionering op iemands leven is veranderd in de jaren negentig tot nu.
Vriendschappelijke relaties met collega's blijken vaker aanwezig te zijn en meer gepensioneerden doen aan sport. Pensionering betekent steeds minder een breuk met het sociale leven. Daar staat tegenover dat gepensioneerden aan het begin van de 21e eeuw minder tevreden zijn over hun financiële situatie dan mensen die in de jaren negentig met pensioen gingen. Verder is het welbevinden van gepensioneerde mannen de afgelopen jaren afgenomen, dat van vrouwen gelijk gebleven.
Recente ontwikkelingen geven aan dat de omstandigheden van gepensioneerden moelijker zijn geworden. maatschappelijke-, en pensioenvoorzieningen worden versoberd, waardoor de verantwoordelijkheid en mogelijkheid voor een prettig leven na pensionering steeds meer bij het individu komen te liggen. Of de maatschappelijke positie van gepensioneerden hierdoor zal verslechteren is een belangrijke vraag voor de toekomst.
Jan 29, 2013
2 min
Video

Janet Takens heeft onderzocht of de eenzijdige focus van de media op de politieke strijd, personen en negativiteit inderdaad in belangrijke mate het stemgedrag van kiezers beïnvloeden.
Uit het onderzoek blijkt dat de media meer aandacht besteden aan de politieke strijd dan aan politieke onderwerpen en dat ze dit doen op een overwegend negatieve toon. Ook is er meer aandacht voor personen dan voor de parijen die ze vertegenwoordigen. De media richten zich steeds meer op de partijleiders in plaats van de politieke partijen. Dit soort berichtgeveing: de focus op partijleiders en onderlinge strijd, beïnvloedt stemgedrag. Kiezers veranderen vooral van stemvoorkeur wanneer zij veel nieuws krijgen voorgeschoteld over succes van partijen en politici in de peilingen en debatten en nieuws over politieke conflicten. Kiezers wegen hun mening over partijleiders bovendien zwaarder in hun stemkeuze als media meer berichten over partijleiders. Sinds 2002 is de hoeveelheid aandacht voor politieke strijd, individuele politici en negatief nieuws echter afgenomen. De zorgen over medialogica zijn dus slechts gedeeltelijk gerechtvaardigd.
Jan 28, 2013
2 min
Video

Karin Volkers heeft onderzoek gedaan naar de invloed van bewegen en actief zijn op het verouderende brein. Het is bekend dat bewegen goed is voor je lichaam, spieren en uithoudingsvermogen. Maar bewegen is ook goed voor het geheugen en vooral voor de executieve functies. Dit zijn hersenfuncties die er onder meer voor zorgen dat je kunt plannen, je eigen gedrag kunt reguleren en remmen en flexibel kunt omgaan met situaties. Deze hersenfuncties zijn dus heel belangrijk voor met name het zelfstandig functioneren van ouderen.
Uit eerder onderzoek was al gebleken dat je de achteruitgang van het brein, die normaal is bij veroudering, en de kans op dementie kunt je verkleinen door tijdens je leven actief te bewegen. In mijn onderzoek is bovendien duidelijk geworden dat ook langdurig niet bewegen slecht is voor het lichaam en het geheugen. Ouderen met een inactieve leefstijl, die vaak voorkomt in verzorgings- of verpleeghuizen, gaan dus sneller achteruit dan actievere ouderen. Als een oudere eenmaal bijvoorbeeld last heeft van geheugenverlies, of zelfs een beginnende dementie, kan een regelmatige wandeling nog helpen om de achteruitgang in de executieve functies te verminderen. Door te bewegen kan een oudere zijn gedrag beter reguleren, waardoor mogelijk ongewenst gedrag, zoals agressiviteit, kan afnemen.
Voor de praktijk betekent dit dat het goed is als ouderen meer gaan bewegen. Veel ouderen kunnen bijvoorbeeld nog met of zonder hulpmiddel wandelen. Hoe meer je wandelt, hoe groter het effect op het brein. Natuurlijk zijn er nog meer activiteiten mogelijk, uit mijn onderzoek bleek dat oefeningen op en achter een stevige stoel, even intensief zijn als wandelen. Deze oefeningen kunnen ook in een groep uitgevoerd worden waardoor minder begeleiding nodig is. Om bewoners van een verzorgings- en verpleeghuis goed te verzorgen is dus niet alleen een goede nachtrust, drinken en drie maal daags eten nodig. Het is ook belangrijk dat ouderen voldoende bewegen.
Dec 17, 2012
2 min
Video

Janneke Elberse heeft onderzocht hoe patiënten bij kunnen dragen aan het vormgeven en uitvoeren van onderzoek naar de gezondheid en het welzijn van mensen. Op dit moment is gezondheidsonderzoek voornamelijk ingericht vanuit het perspectief van onderzoekers in plaats van de vraag van patiënten. Daardoor wordt dergelijk onderzoek veelal vormgegeven door de ideeën en belangen van onderzoekers. De kans bestaat dan dat gezondheidsonderzoek niet patiëntgeoriënteerd is en niet de problemen en behoeften van patiënten worden onderzocht. Uit haar onderzoek blijkt dat patiënten goed in staat zijn om in een gefaciliteerd proces met onderzoekers hun behoeftes en ideeën voor onderzoek te verwoorden en onderzoeksonderwerpen te identificeren en te prioriteren. Daarbij verwoorden patiënten nieuwe onderzoeksonderwerpen die nu geen of nauwelijks aandacht krijgen in onderzoek. Om patiënten ook deel te laten nemen aan onderzoek is het belangrijk dat patiënten en onderzoekers elkaar in hun samenwerking stimuleren en ondersteunen. Voor een succesvolle deelname van patiënten aan onderzoek is het belangrijk dat onderzoekers open staan voor nieuwe invalshoeken en bereid zijn te experimenteren en te leren. Regelmatige gesprekken en een proactieve houding kan helpen om structurele relaties tussen onderzoekers en patiënten op te bouwen. Voor de praktijk betekent dit dat toekomstig gezondheidsonderzoek zich meer kan richten op de vragen en behoeftes van patiënten en zo problemen aanpakken die relevant zijn voor patiënten. Het actief betrekken van patiënten in wetenschappelijk onderzoek kan niet alleen de relevantie, maar ook de kwaliteit van gezondheidsonderzoek verbeteren. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld vragenlijsten worden verduidelijkt of patiënten kunnen meeschrijven aan onderzoeksaanvragen. Zowel patiënten als onderzoekers kunnen baat hebben bij een goede samenwerking. Door patiënten actief te betrekken bij wetenschappelijk onderzoek sluit het onderzoek beter aan bij de behoeften van patiënten. Ook zal op die manier onder patiënten meer draagvlak voor wetenschappelijk onderzoek ontstaan.
Dec 17, 2012
1 min
Video

Als je een voorwerp wilt pakken bepalen je hersenen welke grijpbeweging je arm en hand moeten maken om het voorwerp te kunnen pakken. Maar volwassenen handelen niet altijd naar wat ze zien. Als een voorwerp door een optische illusie groter lijkt, blijft de grijpbeweging namelijk nauwkeurig afgestemd op de echte grootte van het voorwerp. Dat komt doordat er in de hersenen twee systemen zijn die dit coördineren. Het ene systeem zorgt voor het zien van de omgeving, terwijl het tweede systeem betrokken is bij het uitvoeren van de grijpbeweging. Margot van Wermeskerken heeft onderzocht of deze functionele tweedeling van het visuele brein al bestaat bij zeer jonge baby’s, die het reiken en grijpen nog maar net beheersen. Uit haar onderzoek blijkt dat het visuele brein al op zeer jonge leeftijd uit twee systemen bestaat. De belangrijkste aanwijzing daarvoor vond Margot bij een experiment waarin baby’s konden kiezen welke van de twee badkikkers ze wilden pakken. Beide badkikkers waren even groot, maar door een optische illusie leek de ene badkikker verder weg te zijn dan de andere. De meeste baby’s grepen naar de kikker die schijnbaar het dichtst bij was, terwijl de grijpbeweging afgestemd was op de werkelijke afstand van de badkikker. Dus ook al lijkt het ene voorwerp verder weg dan het andere, de hersenen zijn toch in staat de juiste afstand in te schatten. Voor de praktijk zou het heel interessant zijn om te kijken of een dergelijke tweedeling van het visuele brein ook aanwezig is bij baby’s met een ontwikkelingsstoornis. Door hetzelfde experiment te doen kun je bijvoorbeeld bepalen of zij die tweedeling al wel of niet hebben. Op die manier kun je op basis van aanwijsgedrag iets zeggen over de ontwikkeling van de hersenen, zonder dat hierbij bijvoorbeeld een hersenscan gemaakt moet worden.
Dec 17, 2012
1 min
Video

Arne Nieuwenhuis heeft onderzocht wat er gebeurt met de schietvaardigheid van politieagenten wanneer zij zich in een angstige situatie bevinden en hoe training dit kan verbeteren. Politieagenten worden wereldwijd in hun werk steeds vaker geconfronteerd met dreiging met vuurwapens. Schietincidenten zijn zeer stressvol voor politieagenten en kunnen levensgrote gevolgen hebben. Toch was er tot nu toe maar weinig bekend over het effect van angst op de schietvaardigheid van politieagenten.
Uit zijn onderzoek blijkt dat een realistische training ervoor zorgt dat politieagenten nauwkeurig blijven schieten wanneer ze bedreigd worden met een mes of vuurwapen. In de training werd de praktijk zo realistisch mogelijk nagebootst door op politieagenten te schieten met verfpatronen of door ze aan te vallen met een elektrisch geladen mes. Die dreiging leidde vrijwel altijd tot verhoogde angst bij de agenten. In het begin schoten de agenten daardoor eerder, schoten ze vaker per ongeluk op onschuldige verdachten, en schoten ze beduidend minder nauwkeurig dan wanneer ze schoten zonder die dreiging. Maar door de agenten drie tot vier keer op deze manier te trainen leerden ze uiteindelijk om net zo nauwkeurig te blijven schieten als in een situatie zonder dreiging. Voor de praktijk is het belangrijk dat politieagenten ook onder dreiging een goede schietvaardigheid hebben. Zijn onderzoek heeft laten zien dat een realistische training daar voor een belangrijk deel aan bij kan dragen. Daarnaast is het op basis van zijn onderzoek op den duur mogelijk om in verschillende praktijksituaties te voorspellen wat het effect van angst is op de schietprestaties van politieagenten. Door deze kennis in te zetten tijdens training en opleiding kan de veiligheid en effectiviteit van politieagenten in de toekomst verbeteren.
Dec 17, 2012
1 min
Video

Eva Potharst heeft in haar onderzoek de gevolgen in kaart gebracht van ernstige vroeggeboorte voor het kind en de ouders. Te vroeg geboren kinderen hebben vaak ontwikkelingsproblemen, zoals een verstandelijke beperking, of belemmerende gedragsproblemen zoals hyperactiviteit. Voor haar onderzoek heeft ze ruim 100 kinderen van 5 jaar onderzocht die geboren zijn na een zwangerschap van minder dan dertig weken of met een geboortegewicht van minder dan 1 kilo. In Nederland komt dit ongeveer bij 1% van alle zwangerschappen voor. Om de problemen van deze kinderen in kaart te kunnen brengen heeft ze hen vergeleken met een groep op tijd geboren leeftijdsgenoten.
Oct 18, 2012
3 min
Video

Anouk den Braber heeft onderzocht in hoeverre obsessief-compulsief gedrag veroorzaakt wordt door erfelijkheid en de omgeving en hoe dat is terug te zien in de hersenen. Veel mensen herkennen het wel: het gevoel om nog een keer te controleren of de voordeur wel echt op slot zit voordat je weggaat, of de drang om meubels in huis recht te zetten omdat de inrichting anders niet symmetrisch is. Het zijn voorbeelden van obsessief-compulsief gedrag. Wanneer dit gedrag het dagelijks functioneren zeer ernstig belemmert spreken we van een obsessief-compulsieve stoornis. Erfelijkheid en omgevingsfactoren veroorzaken allebei ongeveer de helft van dergelijk gedrag bij mensen met zo’n stoornis. Ze heeft in haar onderzoek met MRI-scans gekeken welke gebieden in de hersenen van eeneiige tweelingen door erfelijkheid en de omgeving worden beïnvloed.
Oct 18, 2012
2 min
Video

Barbara van Caem heeft onderzoek gedaan naar buurtregie binnen de politie Amsterdam-Amstelland. Dat is gebiedsgebonden politiewerk bedoeld om de politie dichter bij burgers te brengen om zo effectiever te kunnen werken. Ze heeft specifiek gekeken of de politie via buurtregisseurs dichter bij burgers komt en hoe politie en burgers hun onderlinge relatie daarbij ervaren. Buurtregisseurs zijn ervaren wijkagenten belast met het bevorderen van de veiligheid en leefbaarheid van de aan hen toegewezen buurt. In de ideale vorm van buurtregie is de buurtregisseur laagdrempelig bereikbaar voor burgers en zijn burgers en lokale partijen betrokken om met de buurtregisseur buurtproblemen te bespreken en aan te pakken.
Oct 18, 2012
3 min
Video

Angelique Bakker heeft onderzoek gedaan naar de manier waarop leidinggevenden met hun medewerkers communiceren en hoe medewerkers dat ervaren. Leiding geven is een proces van beïnvloeden, waarbij communicatie een belangrijke rol speelt. In mijn onderzoek heb ik gekeken welke manier van communiceren ertoe leidt dat een leidinggevende succesvol is.
Oct 18, 2012
1 min
Video
Load more
