
Wanneer wij luisteren naar het verhaal van de verspieders, horen wij een verhaal dat de Tora niet één keer vertelt, maar twee keer. En de rabbijnen zeggen: wanneer de Tora iets herhaalt, is het niet omdat wij het vergeten zijn, maar omdat wij het nog niet diep genoeg hebben verstaan. In Numeri horen wij het verhaal zoals het gebeurde. De Eeuwige zegt: “Stuur voor jezelf mannen.” Rashi zegt: dit is geen gebod, maar een concessie. God zegt: als jullie niet kunnen vertrouwen zonder te zien, ga dan maar zien. Bamidbar Rabba vergelijkt dit met een koning die zijn zoon een geschenk wil geven, maar de zoon zegt: “Laat mij eerst kijken of het wel goed is.” De koning antwoordt: “Ik weet dat je het niet aankunt, maar als je het wilt, ga dan.” De midrasj zegt: zo was het met Israël. God wist dat de missie hen zou breken, maar Hij liet hen gaan omdat vertrouwen niet kan worden opgedrongen.En dan gaan de twaalf verspieders. De midrasj vertelt dat zij bij Chevron kwamen, waar de reuzen woonden, en dat God hen juist daarheen leidde om hen te laten zien dat zelfs de grootste vijanden sterfelijk zijn. Maar de verspieders zagen niet wat God wilde dat zij zagen. Bamidbar Rabba zegt: “Zij zagen, maar zij zagen niet.” Zij zagen de reuzen, maar niet de God die hen uit Egypte had geleid. Zij zagen de muren, maar niet de wolk die hen omhulde. Zij zagen de vrucht van het land, maar niet de vrucht van de belofte.De midrasj vertelt zelfs dat God de bewoners van het land op dat moment in rouw dompelde, zodat de verspieders ongezien konden rondtrekken. Maar de verspieders interpreteerden dit verkeerd en zeiden: “Het is een land dat zijn bewoners verslindt.” De rabbijnen zeggen: dit is de tragedie van angst — zij verdraait zelfs de tekenen van bescherming tot tekenen van gevaar.En dan komt die ene zin: “Wij kunnen niet optrekken, want zij zijn sterker dan wij.” Rashi zegt: lees het ook als: sterker dan Hij. De midrasj hoort hierin een fluistering van ongeloof, een moment waarop de angst zo groot wordt dat zelfs de herinnering aan de wonderen vervaagt.Maar dan horen wij het verhaal opnieuw in Deuteronomium. Mozes staat op de drempel van het land en kijkt terug. En hij vertelt het anders. Hij zegt niet: “God zei: stuur mannen.” Hij zegt: “U kwam naar mij toe en zei: laten wij mannen uitsturen.” De midrasj in Sifrei Devarim zegt dat Mozes hiermee de wortel van de zonde blootlegt: het was niet de missie die verkeerd was, maar het hart dat haar voortbracht. De angst was er al vóór de verspieders gingen. De mislukking begon niet bij hun verslag, maar bij het verlangen om zekerheid te hebben voordat men kon vertrouwen.Mozes zegt zelfs: “Het voorstel beviel mij.” De rabbijnen vragen: hoe kon Mozes dit goed vinden? En zij antwoorden: omdat zelfs de grootste leider soms meegaat in de angst van het volk. De midrasj zegt: “Mozes werd meegesleept door hun twijfel, zoals een mens wordt meegesleept door een sterke stroom.” Het is een pijnlijke, maar eerlijke erkenning: leiderschap is niet immuun voor de angst van de gemeenschap.Er is een verhaal uit onze eigen traditie dat dit pijnlijk en eerlijk laat zien. Aan het einde van zijn leven stond Menno Simons voor een keuze die hem zijn hele bestaan had gevormd: de eenheid van de gemeente bewaren, of weerstand bieden aan een besluit waarvan hij diep van binnen wist dat het te ver ging.De meniste gemeenten waren in die tijd verscheurd door angst. Angst voor verwatering, angst voor afwijking, angst dat de jonge beweging uiteen zou vallen. En in die angst werd de ban — de meiding — steeds strenger uitgelegd. Niet alleen als tuchtmiddel, maar als totale sociale uitsluiting. Een zware, harde vorm die het leven van mensen brak.Menno zelf had deze radicale vorm nooit gewild. Zijn eigen geschriften tonen een mildere, pastorale visie. Maar de gemeenschap om hem heen dreef in een andere richting. De druk was groot. De leiders om hem heen waren bang dat elke nuance, elke verzachting, elke pastorale uitzondering de gemeente zou...
Jun 14
8 min

Verkondiging in Dirkshorn 7 juni 2026.Thems was: het elfde gebod "wees jezelf"een het evangelie van Lukas 18:6-9Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
Jun 7
31 min

Nederlandse versie: het bestaan van God in de Joodse traditie.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
May 25
6 min

Korte weergave van de belangrijkste Rabbijnse tradities rondom het bestaan van God - in de Midrasj Rabbah en in de Talmoed.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
May 25
12 min

Zie ook: https://veenpreken.wordpress.com/2026/05/13/de-dordrechtse-geloofsbelijdenis-van-1632/Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
May 13
7 min

Er zijn van die momenten in de Schrift waarop je merkt dat God niet begint bij het centrum, maar bij de rand. Niet bij de vanzelfsprekenden, maar bij de vreemdelingen. Niet bij degenen die al binnen zijn, maar bij degenen die onderweg zijn, zoekend, tastend, luisterend naar een stem die hen roept. Wanneer we nadenken over toetreding tot de gemeente, over wat het betekent om deel te worden van het volk van God, dan komen drie verhalen naar voren die als een drieluik naast elkaar kunnen staan: de roeping van Abraham, de keuze van Ruth en de doop van de Ethiopiër. Drie mensen die niet passen in de categorie “wij horen hier van nature thuis”, maar die juist laten zien dat het volk van God bestaat uit mensen die vreemdeling zijn — en die juist daarom door God worden binnengehaald. Abraham is de eerste. Hij wordt geroepen om weg te gaan uit zijn land, zijn familie, zijn vertrouwde wereld. Hij wordt geroepen om vreemdeling te worden. Zijn identiteit wordt niet langer bepaald door waar hij vandaan komt, maar door de stem die hem roept. Hij weet niet waar hij uitkomt, maar hij weet Wie hem leidt. En zo wordt hij de vader van een volk dat zelf voortdurend vreemdeling zal zijn: in Kanaän, in Egypte, in de woestijn, in ballingschap. De wortel van het geloof ligt niet in bezit, maar in beweging. Niet in zekerheid, maar in vertrouwen. Niet in grenzen, maar in roeping. Abraham is de eerste vreemdeling in een lange rij van mensen die God niet roept omdat ze ergens thuishoren, maar omdat Hij hen een thuis wil geven. Ruth laat zien dat vreemdelingschap niet alleen iets is wat je overkomt, maar ook iets wat je kiest. Zij is een Moabitische vrouw, iemand die volgens de regels en tradities van Israël nooit vanzelfsprekend zou worden opgenomen. En toch spreekt zij woorden die misschien wel de meest radicale belijdenis van toetreding zijn in de hele Bijbel: uw volk is mijn volk, uw God is mijn God. Zij kiest ervoor om vreemdeling te zijn, om haar eigen land en goden achter te laten, om zich te verbinden aan een volk dat haar niet vanzelfsprekend zal ontvangen. En juist zij wordt opgenomen in de lijn van David, en uiteindelijk in de lijn van Jezus. De vreemdeling wordt drager van de belofte. De buitenstaander wordt binnenste. De rand wordt centrum. En dan is er de Ethiopiër in Handelingen. Een man van aanzien, maar ook iemand die aan de rand staat: geografisch, etnisch, religieus en zelfs lichamelijk. Hij leest Jesaja, maar begrijpt het niet. Hij zoekt, maar vindt de weg niet. Totdat Filippus naast hem gaat zitten. Niet boven hem, niet tegenover hem, maar naast hem. En in dat eenvoudige gebaar van nabijheid wordt het evangelie geopend. De Ethiopiër stelt de vraag die elke vreemdeling stelt wanneer hij de drempel van de gemeente nadert: wat verhindert mij? En het antwoord van de kerk is het antwoord van het evangelie zelf: niets. De weg is open. De vreemdeling wordt broeder. En hij gaat zijn weg met blijdschap. Wanneer je deze drie verhalen samen leest, ontstaat een beeld van de gemeente dat haaks staat op elke vorm van geslotenheid. De gemeente is geen erfgoed dat moet worden bewaakt, maar een huis dat voortdurend wordt uitgebreid. Geen vesting, maar een tent. Geen etnische of culturele eenheid, maar een gemeenschap van mensen die door God zijn geroepen, door liefde zijn getrokken en door genade zijn ontvangen. De identiteit van de gemeente ligt niet in wie wij waren, maar in wie wij worden door de roepstem van God. Wij zijn geen gemeenschap van mensen die er vanzelfsprekend bij horen, maar van mensen die onderweg zijn, die vreemdeling zijn, die geroepen zijn om anderen te ontvangen zoals wij zelf ontvangen zijn. En misschien is dat wel de diepste waarheid van het evangelie: dat God niet begint bij de mensen die denken dat ze binnen zijn, maar bij de mensen die weten dat ze buiten staan. Dat Hij niet zoekt naar zekerheid, maar naar openheid. Niet naar afkomst, maar naar verlangen. Niet naar bezit, maar naar vertrouwen. Abraham, Ruth en de...
May 3
5 min

The path of stars is opening to me;my heart seeks You, O Light.I lift my eyes toward the lightthat You now let me see.We often choose our own wayand lose the fire within.But You call softly to my soul,back to love, to light, to rest.In me are dust and eternity,a quiet flame from You.You waken the light that dwells in me andcall me by my name.So choose the path that love prepares,that gentle path that forgives.Guard my heart from every dark,from all that draws me from You.Who does not pardon loses the souland turns to stone in night.But those who choose the lightare free and never walk alone.O Lord, illumine my final step;stay always close to me.Lead me upon the way of graceand make my heart anew.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
Apr 13
4 min

Verkondiging over Johannes 12:12-26 en Jesaja 60:1-5Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
Mar 31
19 min

Een korte introductie tot de Noachidische GebodenBecome a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
Mar 29
4 min

Preek van 22/3 in de Vermaning in SchagenIn deze overdenking staat één vraag centraal: waar komt onze onrust vandaan, en hoe vinden we rust bij God? Vanuit Augustinus’ beroemde zin — “Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt bij U, o Heer” — wordt onderzocht hoe diep en veelzijdig menselijke onrust eigenlijk is. Niet alleen zorgen om gezondheid, familie of wereldproblemen, maar ook innerlijke verdeeldheid, zelftwijfel en geloofsverwarring.De preek laat zien dat ons verlangen naar heelheid en compleetheid vaak botst met de werkelijkheid van een incompleet leven. Psalm 23 wordt daarbij een gids: rust is geen prestatie, maar een geschenk van de Herder die ons door duisternis heen draagt. “Mij ontbreekt niets” betekent niet dat we alles hebben, maar dat God niet ontbreekt.Een belangrijk thema is de stilte van God. Die stilte voelt soms als afwezigheid, maar wordt — met Heschel — juist geduid als de manier waarop God spreekt: een nabijheid zonder woorden, zoals iemand die zwijgend naast je zit aan een ziekbed. De sabbat wordt zo een oefening in ontvankelijkheid: stoppen met spreken, zodat Gods stille aanwezigheid hoorbaar wordt.Het verhaal van Elia op de Horeb vormt de climax: God is niet in het spektakel van storm, vuur en aardbeving, maar in het zachte, nauwelijks hoorbare fluisteren van de avondwind. Dat fluisteren wordt een beeld voor Gods manier van nabij-zijn: niet overweldigend, maar uitnodigend, richtinggevend, troostend.De weg naar rust loopt via overgave en vertrouwen.Door de stemmen van de wereld even stil te zetten, ontstaat ruimte om de zachte stem van de Vader te horen — de stem die zegt dat we niet alleen zijn, dat Hij meegaat, en dat ons hart uiteindelijk rust mag vinden in Hem.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
Mar 22
21 min
Load more
