Show notes
12. Toen hij hun voeten gewassen had, deed hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. 'begrijpen jullie wat ik gedaan heb?' vroeg hij. 13. 'Jullie zeggen altijd ''Meester'' en ''Heer'' tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. 14 Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen.'



