Show notes
Welkom bij de Inktpodcast 14. Vandaag dalen we
af naar het verste zuiden. Tussen het moment dat James Cook in 1775 Antarctica bijna ontdekte, maar niet helemaal, en 1911, toen Roald Amundsen als eerste mens de geografische Zuidpool bereikte, ligt een flinke periode waarin het zesde continent vooral een plaats had in de fantasie.Er waren vermoedens, oude kaarten die een aanwijzing vormden
voor het bestaan van land in het uiterste zuiden, misschien een continent, misschien slechts een enorme ijsklomp.Ik ga eerst even de historische context schetsen van de
ontdekking van Antarctica. Daarna duiken we het diepe en koude water van de fictie in. We reizen mee met de schrijvers die in hun gedachten als eerste de grote ijsbarrière passeren en we gaan kijken wat daar aangetroffen wordt. Warm water, grote gaten, anti-imperialistische strijders uit India, bleke mannetjes die heel hoog kunnen springen, zwarte mannetjes met snode plannen, Nazi’s, heel veel zeehondjes en een chagrijnige potvis.Tenslotte gaan we nader in op een tweetal mannen dat
fanatiek achter het bewijs aangaan voor hun theorie dat de aarde hol is. De een zoekt het in fictie, de ander in de werkelijkheid.

